Insulineresistentie bij paarden

Het genoom van een paard is langzaam geworden wat het is gedurende de tienduizenden jaren evolutie. Daar nu ineens veel verandert aan het voer en omstandigheden in een korte tijd kan dit problemen opleveren zoals insuline resistentie.

Wat is insuline resistentie?

Insuline is een hormoon dat behulp van zogeheten insulinereceptoren die op de celwanden zitten, glucose vanuit het bloed te transporteren door de celwand, de cel in. Eenmaal in de cel wordt de glucose verbrand worden om energie te leveren of om opgeslagen te worden als vet. Des te meer glucose wordt aangeboden via de voeding (suiker of koolhydraten die worden afgebroken tot glucose), des te sneller het lichaam geneigd is om deze glucose op te slaan in de vorm van vet. Nog een gevaar van te veel suikers is dat het bloedsuikergehalte te hoog wordt hetgeen tot veel gezondheidsproblemen kan leiden (net als bij mensen)
Bij insulineresistentie verandert er iets bij de receptoren op de celwand waardoor de insulinereceptoren veel minder goed reageren op de insuline. Als gevolg hiervan is er steeds meer insuline nodig om de glucose door de celwand heen te kunnen transporteren. Dit is dus de insulineresistentie. De pancreas of alvleesklier die het hormoon insuline functioneert nog steeds, maar moet extra veel werk verrichten om aan de grotere behoefte aan insuline te kunnen voldoen. Dit kan uiteindelijk resulteren in echte suikerziekte als de alvleesklier het uiteindelijk opgeeft. Gelukkig komt echte suikerziekte bij paarden nauwelijks voor. En het proces van insulineresistentie is tot op zekere hoogte te verbeteren.
Ook voor dieren is het van levensbelang om de het bloedsuikergehalte van het bloed binnen bepaalde grenzen te reguleren. Dit is een samenwerking tussen hypofyse, de alvleesklier en andere hormoonklieren die door de hypofyse worden aangestuurd. De hypofyse kan je zien als een soort de regelaar die het bloedsuikergehalte in de gaten gehouden Tevens kan de hypofyse bij een te laag bloedsuikergehalte gluconeogenese aanmaken. Dan wordt er vet gebruikt als brandstof. Het voordeel hiervan is dat het een stabiele vorm van energie is, in plaats van pieken en dalen die enkelvoudige suikers leveren.

Oorzaken van insuline resistentie

  1. Verkeerde voeding
  2. Langdurige stress
  3. Ontstekingen
  4. Hormonale problemen bij de merrie

1: Voeding

Het meeste paardenvoer bevat melasse en/of granen. In het laatste zitten veel enkelvoudige verteerbare koolhydraten die bestaan uit een suikermolecuul en dus ongewenst zijn voor je paard. Dus let op dat je het juiste aan je paard voert en hou rekening met het fructaan (suiker) gehalte in het gras. Veel weilanden zijn ingezaaid met kortstengelig en fructaanrijk gras bestemd voor koeien. Paarden hebben behoefte aan voeding met een constante en trage aanvoer van glucose. Vooral sobere rassen als fjorden, ijslanders, shetlanders kunnen slecht tegen dit ‘koeiengras’. Ook kan een tekort aan bepaalde mineralen zoals magnesium bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van insulineresistentie. Magnesium kan je overigens beter niet oraal toedienen maar in de vorm van een olie die je op de huid smeert. Lees er hier meer over.

2: Stress

Heeft je paard langdurige stress, zelfs op een laag niveau worden te veel hormonen aangemaakt die na verloop van tijd de balans kunnen verstoren. Ook een paard dus die de hele dag lichte prikkels krijgt kan hier last van krijgen.

3: Infectie

Infecties kunnen zorgen voor het ontstaan of verergeren van insulineresistentie. 

4: Hormonale problemen bij de merrie

Merries met een afwijkende hengstigheid kunnen ook gevoelig zijn voor het verergeren van insulineresistentie. 

Symptomen van insulineresistentie 

  • overgewicht of ondergewicht
  • vetophoping bij manenkam en staart en buik
  • hoefbevangenheid
  • spierbevangenheid
  • zomereczeem
  • vermoeidheid, spierpijn, spiertrillingen  en stijfheid
  • traag, sloom en niet voorwaarts
  • verminderde vruchtbaarheid
  • luchtwegproblemen
  • cushing
  • verergerende klachten zoals bij artritis
  • rugklachten
  • jeuk

Wat kan je zelf waarnemen:

  1. Allereerst kan je zien dat de manenkam langdurig dik en verhard is en vaak gaat dat gepaard met rimpels in de huid. Ook zie je vaak vetophopingen bij de staart, schouder, rug, buik en navel.
  2. Je paard wordt stijf en stram en is snel moe.
  3. Spieren voelen hard door het vet wat erom heen zit.

Wat kan de dierenarts waarnemen:

Naast natuurlijk de uiterlijke symptomen kan je dierenarts bloed afnemen en dit controleren op insulineresistentie. Dit is het beste waar te nemen als je paard enige tijd niets heeft gegeten.

De behandeling van insulineresistentie

1: Het aanpassen van de voeding

Vermijdt maïs, tarwe of tarwezemelen, gerst, haver en melasse. Voer wel voldoende ruwvoer met een laag suikergehalte zoals hooi met een laag suikergehalte (evt. vermengd met wat stro) of ‘mager’ gras. Weet je niet wat voor hooi je hebt? Laat het dan analyseren bij bijvoorbeeld pavo.

2: Het reduceren van stress en beweging

Laat je paard zoveel mogelijk buiten lopen met soortgenoten en geef voldoende beweging. Zorg voor zo min mogelijk stressfactoren.

3: Voedingssupplementen

  1. Dien magnesium toe via de huid. 
  2. Geef je paard langdurig Veendrenkstof 
  3. Ondersteun je paard met CBD druppels
  4. Gebruik Helmosan huidolie in geval van kriebels 
  5. Geef glucosamine
  6. Vraag een gratis kruidenadvies bij onze fytotherapeut. Zij stelt gepersonaliseerde kuren samen zoals detox, darmoptimalisatie, immuunboost, leverondersteuning en meer.

En last but not least. Raadpleeg altijd eerst je dierenarts en volg zijn/haar instructies op.

Wij verstrekken geen medisch advies of medicijnen. 
Wij kunnen wel adviseren op basis van advies van onze eigen dierenarts en ervaring welke producten je paard kunt geven ter ondersteuning.


auteur: dierenarts J. Saif Ulhaq

Helmosan
  • Heivlinderweg 63
  • 06 244 093 90
  • info@helmosan.nl
keyboard_arrow_up